| Van Peru |
Vlak voor Paracas doet de visolieindustrie goede zaken. De stank is niet te harden, maar de inwoners weten waarschijnlijk niet beter en zitten vrolijk buiten te eten. In Paracas bieden alle hotels tours aan met een speedboot naar de Ballestas eilanden. Die van ons ook, dus boeken we een excursie voor de volgende ochtend 8:00 uur.
Behalve de excursies naar de eilanden valt er weinig te beleven in Paracas. In het hotel krijgen we twee restaurants aanbevolen, maar die blijken allebei dicht. Bij het derde restaurant krijgen we op het terras te horen dat er geen 'servicio' is, zo gaat dat hier. Bij het vierde restaurant krijgen we zowaar eten voorgeschoteld. Weliswaar niet wat we bestellen maar vooruit.
30-6. 's Ochtends om 8:00 uur gaan we per speedboot naar de Ballestas Islands, een soort mini-Galapagos eilandjes bevolkt door ontelbare vogels en pinguïns.
| Van Peru |
Die poepen wat af en iedere zes jaar ruimt een ploeg van 150 man dat met de hand op. Een eiland hier een paar kilometer vandaan is bevolkt door 20.000 zeeleeuwen.
| Van Peru |
Zowel het geluid als de stank van die beesten is niet te missen. In Argentinië hebben we met deze nieuwsgierige jongens gezwommen en ook nu komen ze vrolijk op de boot af. Terug naar de kust varen we langs een schiereiland van het natuurpark Paracas National Reserve, met in de rotsen gegraveerde drietand van 128 meter hoog en 74 meter breed.
| Van Peru |
Het is een soort pré-Inca Nazca-figuur dat waarschijnlijk dienst deed als offerplek. En vlak bij de haven worden we begroet door grijze dolfijnen, altijd een leuk gezicht. Terug aan wal rijden we naar het nabijgelegen park Paracas National Reserve, waar we überverse ceviche en gegrilde tong eten met uitzicht op de ruige kustlijn die direct overgaat in de woestijn.
| Van Peru |
| Van Peru |
Paracas National Reserve is het enige nationale park met een grote diversiteit aan zeeleven in Peru. Het is vooral een uitgestrekt gebied en wij zien, behalve de vis op ons bord, alleen maar condors.
Hierna rijden we door naar Huacachina, een dorp dat gebouwd is rondom een oase, waar we een hotel uitkiezen met zwembad maar zonder warm water op de kamer. Voor één van ons wordt het een kort douchen dus...
1-7. Huacachina is klein, het bestaat uit een meer gelegen in zandduinen, wat hotels en heel veel palmbomen. Een plaatje uit 1000-en-1-nacht.
| Van Peru |
Volgens een laatste telling wonen er 115 inwoners en de grootste attracties zijn sandboarden en buggyrijden in de duinen die soms honderden meters hoog zijn. Het is niet moeilijk een tour te regelen, op iedere straathoek wordt je actief benaderd. Wij kiezen er een uit en doen een Dune Buggy tour inclusief sandboarden. We scheuren met de buggy over de heuvels en stoppen dan bij een geschikte.
Het sandboarden lijkt sterk op snowboarden, je staat ook op een snowboard waarvan de onderkant is ingewreven met wax. Natuurlijk is het eerst even wennen, we hebben beiden nooit gesnowboard, maar na een paar keer gaat het beter en gaan we van steeds hogere duinen af.
| Van Peru |
Na 1½ uur ben je wel klaar en aangezien het zand zelfs zit op de meest intieme plekken, nemen we snel nog even een duik in het zwembad van het hotel.
Na de lunch duiken we de auto weer in op weg naar Nazca. De weg langs de kust naar het zuiden is prima en rond 16:00 uur rijden we Nazca al binnen. Als je de Nazcalijnen vanuit de lucht wil zien, kun je dat het beste 's ochtends vroeg of 's middags laat doen in verband met heiïg weer dat rond het middaguur het zicht belemmert. We rijden dus meteen maar door naar het vliegveldje, waar we een uur later al in een 4-persoons vliegtuigje zitten.
| Van Peru |
| Van Peru |
De nogal hobbelige vlucht duurt 35 minuten en het is slim een pil tegen reisziekte in te nemen. Door het voorturende kijken naar beneden, draaien rondom de figuren en de turbulentie weet je maag al snel niet meer wat boven en onder is. Hoewel we er laag overheen vliegen, moet je aanvankelijk goed letten op de aanwijzingen van de co-piloot. Er lopen zoveel lijnen over het gebied dat de beroemde Nazcalijnen eerst wat lastig zijn te zien.
| Van Peru |
Nadat Erich von Däniken zijn eerste boek had uitgebracht over de buitenaardse oorsprong van de lijnen, hebben veel lezers onherstelbare schade aangebracht door met hun 4x4's over het terrein te rijden. Maar de meeste figuren zijn goed te zien en het feit dat er geen eenduidige verklaring voor bestaat, maakt het allemaal nog wat mystieker.
Terug op de grond krijgen we gelukkig weer snel trek, dus dumpen we onze tassen in een hotel en gaan op zoek naar een restaurant in het plaatsje Nazca zelf. Tegenover het restaurant vinden we ook een plek waar morgenochtend Nederland-Brazilië om 9:00 uur 's ochtends onze tijd wordt uitgezonden. Weer niet te laat naar bed dus, we worden nog een keer ochtendmensen...
2-7. Samen met een Engelsman kijken we de kwartfinale NL-BRAZ, die ongelooflijk maar waar eindigt in 2-1 nadat we eerst 0-1 achter stonden. Echt vieren doen we het niet, het is 11:00 uur 's ochtends en er is geen Nederlander te bekennen. We gaan weer verder dus, naar Puerto Inka aan de kust.
| Van Peru |
Puerto Inka is een archeologische vindplaats waar zowel pre-Inca's als Inca's hebben geleefd. De plek is schitterend gelegen aan de ruige kust met woeste branding. We worden over de site met ruines geleid door de kok van het enige hotel daar, waar we ook meteen lunchen. In de graftombes liggen nog gewoon de skeletten van mensen van honderden jaren geleden, toch een beetje apart.
| Van Peru |
Eigenlijk willen we kamperen aan het strand, maar de zon laat een beetje verstek gaan en dan is het opeens behoorlijk fris. Daarom gaan we weer verder via de Panamericana Sur. Deze leidt direct langs de kust waardoor we kunnen genieten van een prachtige branding met de hoogste golven die we ooit gezien hebben. Vlak na zonsondergang bereiken we de plaats Camana 200km verderop, waar we overnachten in een hotel.
| Van Peru |
3-7. Vandaag is ons doel Colca Canyon, één van de hoogste Canyons in de wereld. Als we de Panamericana Sur afrijden naar de Canyon, krijgen we drie uur onvervalste ripio voor onze kiezen. Dat zijn we na al dat asfalt de laatste weken niet meer gewend, de fijne stof zit weer overal.
Onderweg horen we één van de schijfremmen voor continu aanlopen, het klinkt als metaal op metaal. Ook hebben we al sinds een paar weken last tijdens het remmen. De hele auto trilt dan als de Ab Tronic plaat van Tell Sell, iets dat erop duidt dat de remschijven krom zijn. Maar de remmen blijven het doen en we kunnen nu niet veel anders dan doorrijden.
Het vertrekpunt voor trekkings in de Canyon is Cabanaconde, daar nemen we onze intrek in een hotel. Dezelfde avond belanden we in een bar van een Belg die naast Nederlands ook vloeiend Frans, Spaans, Hindi en Duits spreekt. Hij geeft ons wat info over de trekkings en adviseert de tweedaagse trekking met overnachting in Oasis beneden in de Canyon. We eten een pizza bij hem en kijken Spanje-Paraguay in de herhaling (1-0). Om een uur of 22:00 heeft een Peruaanse gozer buiten een sterrekijker neergezet. Hij blijkt astronoom te zijn en geeft ons met behulp van zijn laptop en de kijker informatie over Saturnus (waar we ook nog de ringen van zien) en een wolk van 10 miljoen sterren waar de Inca's een lama in zagen. We worden enigszins belemmerd door de rook van de pizza-oven, maar het is wel een tof gezicht. Na een uiterst sterke voorbereiding met een flesje wijn en twee cocktails, gaan we richting bed. Morgen moeten we een uur of zeven lopen en omdat we op 3.300 meter hoogte zitten wordt het eerste stuk nog lastig.
4-7. Om 9:00 uur lopen we naar de rand van de Canyon en starten we de hike. Het eerste gedeelte gaat, ook weer niet verrassend, naar beneden en is vooral een aanslag op je knieën.
| Van Peru |
Na een aantal uur zijn we beneden en steken de rivier Colca over een brug. Vervolgens moeten we nog een flink eind en gaat het pad weer omhoog. In de Canyon is het zonnig en vooral heet.
| Van Peru |
We lopen langs kleine dorpjes van een paar huizen waar de bewoners in traditionele kleding, rondom het middaguur al stomdronken zijn van de zelfgebrouwen mengsels. Tja, wat moet je anders in zo'n Canyon... Die is trouwens wel bijzonder ruig en mooi, met originele inka terassen tegen de bergwand.
| Van Peru |
Al zijn we na zes uur vrijwel ononderbroken lopen wel toe aan een zwembad. Uiteindelijk vinden we dat ook in Oasis, een plek met gras waar twee Fransen een aantal rieten hutjes exploiteren en een zwembad dus, gevuld met bergwater. We kunnen ons niet herinneren zo lekker gezwommen te hebben, alleen jammer dat de zon al snel niet meer in de Canyon schijnt. Maar een biertje doet ook veel goed en na met de andere gasten een veggie(!) maaltijd te hebben weggestouwd, gaan we naar onze rieten hut met kaarsverlichting én opkomende spierpijn.
| Van Peru |
5-7. Na het ontbijt beginnen we om 8:15 uur aan de weg omhoog. De Belg uit Cabanaconde had ons al gewaarschuwd voor het psychologische effect als je op dezelfde dag naar beneden en omhoog gaat. Maar ook nu we 'alleen' omhoog moeten, werkt de psyche tegen. Het hoogteverschil is bijna 1.200 meter over een afstand van 1,5 km, dus het pad leidt af en toe bijna stijl omhoog. De zon brandt, we zweten als een otter en de de verzuring in de bovenbenen neemt sneller toe dan we vooruitgaan. Omhoog kijken is geen goed plan, de top van de canyon blijft vreemd genoeg onverminderd ver weg.
| Van Peru |
Maar twee uur en drie kwartier later staan we toch bovenaan de canyon. We strompelen terug naar de auto en rijden snel naar de thermale baden La Calera, 55 km verderop. Daar, in wat de mooiste en best onderhouden baden van Peru zijn, spoelen we het stof van ons af. We lopen als een bejaard stel met hun luier vol, maar lekker is het wel.
Daarna rijden we door naar Arequipa, de tweede grootste stad van Peru. Arequipa is een te gekke stad met veel leuke restaurantjes en barretjes.
| Van Peru |
Wat vooral opvalt is dat hier minder gebruik wordt gemaakt van de claxon. Niet dat ze hier veel beleefder zijn in het verkeer, in heel Peru is het vechten voor je plek en geldt 'wie het hardst drukt, wie het eerst maalt'. Na onze inspanningen en veggie-maaltijd van gisteren, hebben we onwijze trek in een grote lap vlees. De lomo saltado in het restaurant vlak bij ons hotel is dan ook snel naar binnen gewerkt.
6-7. 's Ochtends vroeg gaan we eerst langs de plaatselijke Kwik Fit. Zoals we al dachten zijn de remblokken inderdaad totaal versleten en zijn de remschijven krom. Gelukkig doen ze hier niet zo aan de vervangingseconomie en kunnen de schijven worden afgeslepen en zijn de tarieven beduidend lager dan in Nederland. 's Middags kunnen we de auto weer ophalen. Wel ná Nederland-Uruguay dan natuurlijk. In de tussentijd bezoeken we het Monasterio de Santa Catalina, een klooster uit 1.570 van ruim 20.000 m² dat in 1.970 is opengesteld voor het publiek.
| Van Peru |
De nonnen werden geselecteerd volgens een uiterst simpele regel. Iedere tweede dochter van een gezin was de lul. De eerste dochter kwam er ook niet goed vanaf, die moest trouwen, en de derde dochter moest voor haar ouders zorgen. In die tijd hadden gezinnen makkelijk 15 kinderen. Overigens was het leveren van een non niet gratis voor de familie, omgerekend naar nu moest er een bedrag van 50.000 dollar worden geschokt. In het geval van jongens was er net zo'n soort regel, met als verschil dat de derde het leger in moest. Het klooster is na vele aardbevingen gerestaureerd en is nu in zeer goede staat.
Na de lunch gaan we op zoek naar een café met grote TV en mede-supporters. We volgen een aantal oranje shirtjes naar een café waar de flatscreen op een podium staat. Uruguay is ook vertegenwoordigd, één gezellige vent van een jaar of 50 zorgt voor wat tegenwicht. Eén van de Nederlanders is zelfs zo aardig geweest een vuvuzela mee te nemen, de sfeer kan niet kapot dus. Eindstand 3-2 voor de goeien, na de wedstrijd kopen we toch maar een oranje shirtje voor de finale.
| Van Peru |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten