dinsdag 29 juni 2010

1-9 juni; de Central Sierra

1-6. Na Machu Picchu willen we niet meteen weer verder rijden, dus blijven we twee dagen in Cusco. Vandaag, dinsdag, is er een kleurrijke markt in het plaatsje Pisaq, 40 minuten rijden van Cusco. Aangezien Birgit nog steeds op een lamawollen poncho aast, rijden we hier aan het einde van de ochtend naartoe. En zowaar slaagt ze hier. Jack zijn maat hebben ze niet, dus voor hem helaas. We lunchen in Pisaq en willen 's middags nog naar Sacsayhuaman, een archeologische site in Cusco.
Van Peru

Sacsayhuaman is een oud tempelcomplex met als opvallendste kenmerk een enorme stenen zigzaggende muur van 600 meter lengte. Het zwaarste blok steen weegt 300 ton, die waaien niet weg dus. Daar aangekomen blijken er alleen behoorlijk dure passepartout-tickets te zijn voor ook nog drie andere complexen in de buurt. Omdat we maar een halfuurtje over de site willen lopen, laten we de boel maar schieten.
Van Peru

Als we terugrijden, komen we langs een plek waar we een overzichtsfoto van Sacsayhuaman kunnen maken. Daar komt een jonge vent op ons afgelopen die een stenen beeldje aan het polijsten is. Hij heet Armando en kan ons morgen gratis over de site rondleiden zegt hij. Maar dan wel 's ochtends om 6:00 uur. Inmiddels zijn we al zo gewend aan vroeg opstaan dat deze keer er ook nog wel bij kan. Als tegenprestatie nemen we één stenen Alpaca-beeldje van hem af, voor 40 Soles ofwel 11 Euro en spreken de volgende ochtend 6:00 uur op dezelfde plek af. Terug in Cusco eten we voortreffelijk in een van de betere restaurants, niet tot laat want zo gaat de wekker weer.

2-6. Wekkertje om 5:15 en om 6:00 uur stipt staan we weer op dezelfde plek als gistermiddag. Het is inmiddels al vrij licht en Armando houdt zijn woord. Dat het gratis is begrijpen we ook als we zien dat er nog geen bewakers zijn. Verrassend weet Armando behoorlijk wat van de site af en in begrijpelijk Spaans legt hij het een en ander uit.
Sacsayhuaman. Van Peru

Na drie kwartier staat hij erop ook nog naar Qenko, een nabijgelegen historische site, te gaan. Ook die bezoeken we nog maar als Armando nóg een site voorstelt, vinden we het genoeg cultuur voor deze ochtend. We bedanken Armando en met zijn beeldje in ons zak gaan we snel terug naar het hotel voor het ontbijt.

Daarna halen we de auto uit de nabijgelegen parking en zijn we om 9:00 uur op weg naar Andahuaylas in de Central Sierra. Vandaag willen we weer eens wat kilometers maken. De rit schiet niet echt op, de weg slingert zich langs eindeloze bochten omhoog, en al helemaal niet als we om 16:00 's middags bij een wegafzetting komen. Er staan wat auto's en bussen te wachten. Als we uitstappen en informeren blijkt dat de weg om 17:00 uur weer open gaat. Dat betekent een uur wachten. Als we weer verder kunnen, moeten we nog 2,5 uur over een hobbelpad waarvan anderhalf uur in het donker. Om 19:30 komen we aan in Andahuaylas en vinden snel een hotel. Vandaag hebben we 330km gereden in bijna 11 uur, een belabberd gemiddelde.
Onderweg. Van Peru

3-6. Vandaag ook weer een dag in de auto. De weg is eerst redelijk. Maar ergens moeten we een afslag nemen om de rivier over te steken en zonder verkeersborden is dat gokken. Twee meisjes die bij een winkeltje zitten verwijzen ons naar een inrit die leidt naar een smal en slecht bospad naar de rivier. Aan het einde van het pad is inderdaad een brug, waarschijnlijk ook uit de tijd van de Inca's. De brug wordt versmald door twee blokken beton, waar wij net niet tussen door kunnen met onze auto. Het enige in de omgeving is een vervallen huis waar twee mannen voor de deur zitten. We stappen uit en vragen de weg. De twee zijn zeer behulpzaam, bieden ons bananen aan en geven ons een alternatieve brug aan waar we wel over kunnen.

Als we staan te praten staan we opeens in een zwerm van kleine vliegjes die in de Quechua-taal 'pumahuacachi' heten, vertaald 'hij die de puma laat huilen'. Deze minuscule vliegjes, die we al in Machu Picchu hebben leren kennen, hoor je niet en merk je pas op als het te laat is. Ze steken je, dat merk je wel, en vervolgens kun je ze eenvoudig op je huid doodslaan. De opbrengst is eerst een vlekje bloed, gevolgd door een grote bult met een klein korstje in het midden en pas na een dag of twee een onvoorstelbare jeuk die dagen aanhoudt. Omdat we onze ramen open hebben, krijgen we gezelschap van een hele famile. Dat wordt krabben dus.

Na de juiste brug te hebben geslecht, komen we om 14:00 uur aan bij weer een wegafzetting. Ook nu kunnen we om 17:00 uur weer door, 3 uur wachten dus. Toch geen gek idee zo'n site als Van-A-naar-Beter. Het laatste stuk is ook ripio en vol met bochten door de bergen, maar we komen rond schemering aan in Ayacucho. Het begrip terras kennen ze weinig in Peru, maar hier toevallig wel dus daar eten we ook.
Ayacucho. Van Peru

4-6. Na twee dagen (te) lang in de auto te hebben gezeten, voegen we nu een balansdagje in. Relaxed lopen we door het stadje, eten ijs op een bankje en drinken we pisco sours op het balkon van een bar-restaurant met uitzicht op de plaza. Ayacucho ligt op 2.800m hoogte en het klimaat is het hele jaar onveranderd goed. Quechua is de voertaal hier, maar veel mensen spreken ook 'iets' Spaans. Wij ook dus gaat het communiceren (lees: drank bestellen) best goed.

5-6. Uitgerust en zonder kater rijden we 's ochtends naar Huancayo op 3.244m hoogte. We zijn Ayacucho net uit als we op een file stuiten. Inmiddels niet verbazingwekkend meer, is het weer een wegafzetting die roet in het eten gooit. Dit keer blijft de schade beperkt tot een uurtje verveeld uit het raam kijken. Hierna het gas erop om voor ons rijdende busjes in te halen.

Aan het einde van de middag rollen we Huancayo binnen. Hoewel de stad zelf weinig te bieden heeft, blijken de hotels er vreemd genoeg duur te zijn. Uiteindelijk belanden we in een hotel aan de Plaza, die iedere Zuid-Amerikaanse stad(je) rijk is. Het is zaterdagavond, dus partytime, en we gaan uit eten in een restaurant met live muziek. Leuke tent, maar het geluid staat grensoverschrijdend hard terwijl er vier man in de zaak zitten. Hongerig als we zijn eten we er toch iets aan de tafel die het verst bij de speaker vandaan staat. Birgit bestelt gefrituurde cavia, die compleet met kop en pootjes op het bord wordt geserveerd. Voor de mensen die nieuwsgierig zijn en een dierenwinkel op de hoek hebben: het smaakt naar kip maar heeft weinig vlees, drie per persoon kopen dus. Na het eten weten we het zeker, in deze gelegenheid gaat het niet gebeuren. Terug op de Plaza horen we behoorlijk luide muziek. Dat blijkt uit een bus te komen die met ramen open op het plein staat. De bus is ingericht als disco, draait het geluid tot ver boven het niveau dat speakers en oren aankunnen, maar er zitten toch Peruaans partygangers in. Wij laten de bus voor wat hij is, een bus, en duiken wijselijk onze mand in.

6-6. Nog vol van de harde muziek en de cavia van gisteren, gaan we op weg naar onze volgende stop: Huánuco. We volgen de laatste dagen de route door de Central Sierra omdat hier de meeste archeoligisch en koloniaal interessante plaatsen liggen. We lunchen in San Pedro de Cajas dat in een afgelegen vallei ligt en bekend staat om zijn kleurrijke weeftechnieken. Daar lopen we een niet-toeristisch restaurantje binnen waar het, net als alle andere niet-toeristiche restaurantjes hier, als volgt toegaat. De enige gasten zijn Peruanen. De gastvrouw wordt van achter gehaald door de mededeling dat er 'gringo's' in the house zijn. Een kaart is er niet, wel een 'set menu' dat traditioneel bestaat uit soep vooraf, kip met rijst en een gelei-achtig dessert. De gasten zeggen geen woord tegen elkaar, eten is hier vooral een functionele aangelegenheid, en de TV staat net iets te hard aan op een kinderzender. Totale kosten blijven onder de 4 Euro, inclusief een glas van de huiswijn: limonade. En nog best te pruimen ook. We overnachten deze dag in Huánuco, een redelijk grote plaats waar we weinig vriendelijkheid ontmoeten. Toeristen zijn hier kennelijk een schaars goed.

7-6. Op de weg naar Recuay, 6km buiten Huánuco, ligt de archeologische site Kotosh. Het is net na 9:00 uur als we daar aankomen. Het Tempelcomplex van Kotosh is meer dan 4.000 jaar oud. De plek is continu bewoond geweest, totdat de Spanjaarden kwamen, en staat bekend om het symbool van de 'gekruiste handen'. De steen met dit symbool erop staat nu in het museum van Lima.

Van Peru
De plek is in potentie bijzonder fraai, maar slecht onderhouden en uitgegraven. De eerste bewaker van het terrein komt nadat wij al een halfuur op de site lopen, het is dus niet moeilijk om zelf wat opgravingen te doen voor die tijd. Wat dat betreft hebben de Peruanen nog wat te leren.

Als we de asfalt(!)weg vervolgen, komen we na een kwartier rijden aan bij een wegafzetting. Dit keer blijkt de wachttijd wel erg lang, om 17:00 uur gaat de weg weer open. Zeven uur in de auto wachten lijkt ons na ampel overleg niet de beste optie. Volgens de kaart kunnen we de afzetting omzeilen door een andere weg te nemen. De kwaliteit van onze kaart is echter op zijn minst discutabel. We draaien om en zien een oude Landrover langs de weg staan met grote kunststof slangen op zijn dak. Die blijkt van een Belg te zijn die in de rivier verderop goud aan het zoeken is. De Belgische goudzoeker wil naar dezelfde bestemming als wij, maar hij vindt het risico van de omweg te groot. Zijn auto is oud en zwaar beladen dus hij blijft wachten. Wij kiezen toch voor de omweg, die op de kaart van de Belg als karrespoor staat aangegeven. Hoewel we in ieder gehucht dat we tegenkomen de weg moeten vragen, blijkt dit de mooiste route te zijn die we in de Central Sierra zijn tegengekomen. Soms worden we opgehouden door ceremonies die in de meeste kleine dorpjes vandaag plaatsvinden. Op het centrale plein marcheren scholieren in uniform langs een podium waar de burgemeester volledig uitgedost staat te orereren door een microfoon.
Vandaag ceremoniedag. Van Peru

Het landschap tekent zich met als een lapjesdeken met gletsjers in de verte. De mensen die we tegengekomen lopen in traditionele kleding en zijn allemaal oprecht geïnteresseerd, vriendelijk en behulpzaam. De laatste twee uur van de rit rijden we door de Cordillera Blanca. Een gebied dat volledig uitgestorven is, je volgt maar het pad voor je zonder dat je enig idee hebt in welke richting je rijdt. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is zwart hier de kleur die domineert.

Cordillera Blanca. Van Peru

Het wordt al donker als we in het gehucht Recuay aankomen. Er blijkt één hostal te zijn, gerund door een oud, zo goed als doof, echtpaar. Communiceren gaat niet echt lekker dus, en de kleine keffer die ze hebben en blaft als een sirene helpt ook niet. Maar na wat schreeuwen wordt duidelijk dat alle kamers nog vrij zijn, voor 20 Soles (€ 5,70) zijn we de gelukkige huurders van een kamer met twee bedden. Stromend water is er niet, maar wel twee toiletten op de galerij. Onze auto kunnen we, na wat navragen in de buurt, parkeren op het terrein van een winkeleigenaar op de hoek. En voor het avondeten komen we terecht in de plaatselijke bar/restaurant/winkel waar we het vaste menu van soep, cavia met rijst en een gel-toetje krijgen. Als we om wijn vragen staan ze even raar te kijken, maar ook dat blijkt voorradig. Twee glazen dan, meer niet. Er valt weinig te beleven in Recuay, zeg maar niets, dus duiken we één van de twee bedden in en kijken de nieuwste Sherlock Holmes op de laptop.

8-6. Een ontbijt zit er in deze wereldtent niet in dus we eten in de auto onze laatste bananen op, op weg naar de ruïnes van Chavín de Huántar. Dit tempelcomplex dateert van 900 voor Christus en wat vooral goed bewaard is gebleven, zijn de ondergrondse ruimten. In een van deze kamers staat een 4,5 meter hoge granieten pilaar die bijzonder kunstig bewerkt is.
Van Peru

Als we het complex verlaten is het lunchtijd en eten we wat in het dorp. Bij de plaza aangekomen, staat er een ongelooflijk lange rij met alleen vrouwen in kleurrijke klederdracht voor de bank. Later zien we hetzelfde in het plaatsje Carhuaz, het lijkt wel alsof het betaaldag is en de vrouwen het door de mannen zuurverdiende geld komen scoren.
Van Peru

In Carhuaz, lezen we in de Rough Guide, is een Eco-lodge met een zwembad van 12 meter. Een baantje trekken en het stof van ons afspoelen lijkt ons een goed idee. De lodge vinden is niet eenvoudig, we moeten meerdere keren de weg vragen in en rond het dorp. Als we een keer twee mannen zien lopen en de weg vragen, zijn ze bijzonder aardig en behulpzaam. Eén van de twee is zelfs zo vriendelijk om ons een Wachttoren in het Spaans te overhandigen, het blijken onvervalste Jehova's. Snel doen we de ramen dicht en terwijl we hard 'atheïsten' roepen, geven we vol gas.

Eindelijk aangekomen bij de lodge, krijgen we een rondleiding van de eigenaresse die goed Engels spreekt. Er zijn echter een paar minpunten. Het zwembad van 12 meter blijkt een komma tussen de 1 en de 2 te hebben, er is een groep luidruchtige Eco-studenten aanwezig en de prijs is met 300% verhoogd ten opzichte van de prijs die in de Rough Guide staat. Gelukkig is er meer aanbod in het dorp, dus pakken we een ander hotel : El abuelo oftewel de opa.

9-6. Op de laatste dag dat we in de Central Sierra zijn, rijden we naar het merengebied Lagos Llanganuco. Deze drie azuurblauw meren liggen tussen de bergen in en kleuren mee met het weertype. De weg ernaartoe is, op het asfalt na, schitterend met de besneeuwde toppen van de hoogste berg van Peru, Huascarán, op de achtergrond. De setting doet ons denken aan de Chileense meren die we hebben gezien.
Van Peru

Hierna moeten we de Andes kruizen op weg naar de kust. Er zijn twee wegen die door de bergen naar de kust leiden, beide natuurlijk niet aangegeven. We komen, blijkt later, op de weg terecht die we juist niet wilden kiezen. Deze weg begint met asfalt, maar gaat al snel over in een pad vol gaten, modder en stof. Urenlang rijden we door de Andes, af en toe een vrachtwagen inhalend en door smalle onverlichte tunnels.

Van Peru

Maar niets is voor altijd en aan het einde van de dag komen we op vrijwel nieuw asfalt dat ons naar de Panamericana Norte brengt. Voor het eerst sinds La Paz, ruim 2 weken geleden, staan we weer op zeeniveau.

We rijden door tot 19:00 omdat we graag naar een leuke kustplaats willen voor een rustdag. Dat wordt Huanchaco, waar we een tof hotel aan het strand vinden en vet lekkere hamburgers eten voor het slapen gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten