donderdag 20 mei 2010

4-16 mei; coca en een kleddernatte aap

4-5. We verlaten Uyuni en komen na ruim drie uur rijden aan in Potosí, op 3.977m de hoogstgelegen stad ter wereld. Ooit was het ook de meest welvarende stad, door het zilver in de nabijgelegen berg Cerro Rico. De Spanjaarden hebben er destijds flink hun zakken mee gevuld en in die tijd groeide Potosí uit tot de belangrijkste stad van Amerika. Ook nu werken er nog vele inwoners onder dezelfde omstandigheden als toen. Omdat Potosí zo hoog ligt, en dus best fris kan zijn, werden de huizen dicht op elkaar gebouwd. Wat nu vooral verkeersopstoppingen teweeg brengt. Aangezien auto's in Bolivia voorrang hebben op voetgangers moet je goed op letten dat je niet van je sokken gereden wordt. We bezoeken het Mint gebouw waar lange tijd alle munten van Bolivia en sommige andere landen werden geslagen. Zilver was immers niet ver weg. Hierna zoeken we een gids om de volgende dag de mijn te bezoeken en 's avonds gaan we lekker in een restaurant ouderwets vleesfonduen.

5-5. We hebben een privétour geboekt om de mijnen te bezoeken en worden 's ochtends opgehaald door Willbert, een local die zelf vroeger ook in de mijn gewerkt heeft. Omdat de toeristen in principe de mijnwerkers voor de voeten lopen, is het gewoonte eerst iets voor hen te kopen op de mijnwerkersmarkt. Zo schaffen wij eerst een zak aan met coca-blaadjes, sigaretten, dynamiet en een flesje met 96% alcohol. Het gebruikelijke werk dus.

Van Bolivia

We worden in een pak gehesen en met kaplaarzen en een helm met lamp verdwijnen we in één van de vele ingangen. De berg schijnt door de vele gangen inmiddels een gatenkaas te zijn en instortingen komen geregeld voor. In de mijn moet je geen last hebben van claustrofobie. De gangen worden naarmate je verder en dieper komt, steeds kleiner en deprimerender. Ook de lucht wordt zwaarder met minder zuurstof, ventilatie is er niet. Diep ademhalen dus zou je denken, maar niet te diep want de wanden zijn op veel plaatsen versierd met onvervalst asbest. Jack raakt per ongeluk met zijn helm de bovenkant van de mijngang en krijgt een half onsje asbest in zijn capuchon. Prima werkomstandigheden dus, onvoorstelbaar dat dit anno 2010 nog kan.

Tio met zijn erectie. Van Bolivia

We klauteren verder en komen aan bij één van de vele zittende poppen van klei die de afgod Tio moeten voorstellen. Tio is serious business hier. De mijnwerkers geloven nog steeds dat door Tio tevreden te stellen met coca alcohol en sigaretten, zij het onheil kunnen afkopen. Tio is mansgroot en zit met een erectie van formaat en twee hoorns op zijn kop te wachten om bevredigd te worden. Ook wij laten onze waar bij Tio achter, in de hoop dat we snel weer gezond buiten staan. En zowaar, Tio is ons goed gezind zodat wij 's middags nog twee kerken kunnen bekijken die in de welvarende periode zijn gebouwd en dus rijkelijk versierd zijn.

Van Bolivia

6-5. Nog onder de indruk van Tio en zijn mijn, rijden we weg uit Potosí richting de hoofdstad Sucre. Voor het eerst kunnen we deze weg op alleen asfalt rijden, best aangenaam. Dat geldt ook voor de temperatuur, omdat we grofweg zo'n 1.000m zakken wordt het ook warmer. Als we aankomen lunchen we in Joyride café, een bar-restaurant van een Nederlander. Na de lunch stappen we in de open Dino-truck die ons naar een van de bezienswaardigheden van Sucre brengen: Cal Orcko, de wand met de meeste dino footprints ter wereld. Ooit was dit vlakke grond, maar door de vorming van grondlagen en over elkaar schuivende landplaten staat het nu bijna verticaal. De afdrukken zijn van dinosauriërs, het langste spoor 350m, en zo'n 120 miljoen jaar oud. Als we terugkomen rollen we bij toeval een bioscoop in en kopen we kaartjes voor Iron Man II. Beetje afwisseling dus.

Van Bolivia


7-5. We laten Sucre achter ons en vertrekken naar Samaipata, een klein dorpje waar de rijke inwoners van Santa Cruz hun vertier zoeken. De 'weg' is weer onvervalst Boliviaans, offroad heeft er weer een nieuwe betekenis bij. Meer dan 450km rijden we in het stof, dat dan ook in ieder hoekje en gaatje van de auto zit. Als we aan het einde van de middag aankomen zijn we van plan een paar dagen te relaxen in een cabaña met zwembad. Jammer dus dat het regent. Toch crashen we in een cabaña en gaan uit eten in het dorp. Het is weer mooi geweest.

8-5. Ook de volgende dag regent het nog licht. Geen zwembad dus, maar een stukje cultuur. In de omgeving is een UNESCO-site, El Fuerte het meest oostelijke fort van het Inca-rijk. El Fuerte is de naam van een vlak stuk rots van 240x40m die de Inca's hebben bewerkt tot heiligdom en offerplek voor zowel dieren als mensen.

El Fuerte uit de pré-Inca tijd. Van Bolivia

De fundamenten van 1-kamer huizen, 'administratiekantoor' en 'evenementenhal' zijn nog duidelijk te zien. We lopen een paar uur met een gids over de plek, eten daarna een broodje en stappen weer in om naar Santa Cruz te gaan. We verlaten dus de Altiplano of hoogvlakte.

De grootste stad van Bolivia heeft relatief gezien veel rijke inwoners, die vaak aan hun rijkdom gekomen zijn door exploitatie van olie en gas en het Boliviaanse witte goud. Er rijden dan ook veel zogeheten 'narcobakken' rond, dus we vallen hier niet op. Het is zaterdag dus na het eten gaan we op zoek naar een plek om uit te gaan in de Avenida Monseñor, plaatselijk bekend als 'El Boulevard'. Bij de eerste club die we tegenkomen worden we geweigerd, 'vanavond alleen voor leden' krijgen we te horen. Dat is nieuw voor ons. Maar ook bij te tweede club, die nota bene Amsterdam heet en het Amsterdam logo heeft, is het raak. We komen er gewoon niet in. Beetje vreemd, maar 3x is scheepsrecht dus bij de derde tent mogen we naar binnen. En daar blijven we dus ook maar.

9-5. Vandaag een rustdagje in Santa Cruz. Het is heerlijk weer, maar als we in een park met wat water willen gaan liggen blijkt dat dicht. Rare gasten die Cruceños.

10-5. Vandaag is het doel Concépcion. In de regio La Chiquitanía zjn zeven overgebleven Jezuïtenkerken, alle benoemd tot Unesco-site. Onderweg stoppen we in San Javier voor lunch en we pakken meteen een kerk mee op het plein.

Van Bolivia

Aan het eind van de middag arriveren we in Concépcion en ... bezoeken de kerk en het museum. Voor alle duidelijkheid, nee we zijn nog steeds niet gelovig, het is allemaal cultuurgedreven. 's Avonds eten we in het beste restaurant van Concépcion, een aardig grote ruimte waar we met drie andere verdwaalde toeristen zitten. We bestellen een wijntje maar het is nu wel duidelijk dat de Boliviaanse wijnen niet in de buurt komen van de Argentijnse of Chileense. We drinken niet eens de hele fles op en dat wil toch wat zeggen.

11/12-5. Na het ontbijt gaan we weer op pad. Het reisdoel is Rurrenabaque dat aan de rand van het Bolivaanse deel van de Amazone ligt en daardoor een goed vertrekpunt van jungletrips. Als we een paar kilometer op weg zijn zien we iets liggen op de weg. Nou zien we de hele tijd levende maar vooral dode beesten op de weg liggen, maar deze ziet er iets anders uit. We stoppen en rijden terug en zien een nog levende luiaard zichzelf voortslepen met een slakkegang. Hij heet natuurlijk niet voor niets luiaard.

Overstekende luiaard. Van Bolivia

Hij ziet er grappig uit en zijn kop heeft veel weg van een uit de serie geschreven muppet. We besluiten de natuur een handje te helpen en tillen hem van de weg in het gras. Met het gevoel iets goeds gedaan te hebben rijden we door. Het zit mee want hoewel de kaart zegt dat het ripio is, rijden we in het echt over asfalt. Om 15:15 uur komen we aan in Trinidad, een plaatsje met een redelijk inwonersaantal. We besluiten hier te overnachten omdat Rurrenabaque te ver is en de weg ernaartoe te slecht. Als we willen lunchen blijkt er echter geen enkel restaurant open te zijn dat eten serveert rond deze tijd. Tja, zo gaat dat soms. 's Avonds gaat het gelukkig beter, dus na een stevige maaltijd zoeken we onze hotelkamer op.

De volgende dag vervolgen we onze reis naar Rurrenabaque. Al snel wordt de weg behoorlijk beroerd, maar we kunnen hem tenminste berijden. In de regenperiode is de weg onbegaanbaar, wat we graag geloven. Na een klein uur rijden komen we bij een rivier die we over moeten. De oversteek is per houten vlot, een klein bootje aan de zijkant met buitenboordmotor zorgt voor de aandrijving.
Oversteek per ferry. Van Bolivia

We vragen ons tijdens de oversteek af wat we zouden moeten als het vlot met auto zou zinken. Iemand aanklagen voor een godsvermogen heeft hier weinig zin. Aan de overkant pakken we het pad weer op en rijden door de prachtige pampa's, een moerasachtig gebied met veel mooie vogels.

Omdat we af en toe met 70km/u in een onzichtbare krater schieten, en onze nieren weer schoongetrild worden, overwegen we eerder te stoppen in een klein dorpje voor Rurre. Maar het vooruitzicht op een hotel met zwembad trekt meer, dus we rijden toch maar door. Later horen we dat de gigantische gaten in de weg komen door de vrachtwagens met waarschijnlijk illegaal gekapte boomstammen. Als deze een lekke band krijgen, kan de chauffeur de truck niet opkrikken om het wiel te verwisselen en dus graaft hij een groot gat onder het wiel. En lekke banden zijn hier meer regel dan uitzondering. Als we uiteindelijk aan het einde van de middag Rurre binnenrijden en inderdaad een hotel met zwembad uitkiezen, zijn we blij dat we zijn doorgereden.

13-5. Rurrenabaque, kortweg Rurre, ligt aan de rand van de jungle aan de Beni-rivier en is een verzamelpunt van touroperators die trips naar de jungle en pampa's aanbieden. Daardoor lopen er meer toeristen rond dan dat we gewend zijn en is het er levendig en gezellig. We pakken wat uurtjes bij het zwembad en boeken 's middags een jungletocht van drie dagen naar het park Serere.

14/16-5. De tocht naar de jungle begint 's ochtends vroeg met een boottocht van vier uur. Vroeg opstaan dus, maar dat lukt wel door wederom een haan die behoorlijk de tijd kwijt is en vanaf 1:00 uur 's nachts zijn stem laat horen. Enigszins gebroken droppen we om 7:30 uur onze rugzak en duiken snel een café in voor koffie en ontbijt. Om 8:30 worden we daar gehaald en stappen we in een klein slank houten bootje, aangedreven door een motor van een grasmaaier. We zitten behoorlijk klem en dan is vier uur best lang. Als we aankomen krijgen we een houten huisje op palen toegewezen. De huisjes staan ver uit elkaar en de muren zijn van muskietengaas dus je hebt echt het gevoel midden in de jungle te slapen. Op vijf minuten lopen is het 'hoofdgebouw' waar we kunnen eten en chillen in hangmatten.

De huisaap. Van Bolivia

Na de lunch maken we onze eerste tocht. In onze groep zitten twee Canadezen en twee Australiërs en onze gids Senong, met niet al zijn tanden meer, is een enthousiaste local die over alles wat weet te vertellen. Na de wandeltocht krijgen we een uitgebreid en smaakvol diner geserveerd, alles in overvloed. Na het eten gaan we op Kaaimanjacht en in een kano het meer op. Kaaimannen zijn makkelijk te spotten in het donker, in het licht van een zaklamp blijven ze roerloos liggen totdat je er (bijna) overheen vaart. Wie ook makkelijk te spotten zijn, zijn de 6 biljard insecten die vlak boven het water vliegen. Gelukkig blijken die niet te steken, op een enkele verdwaalde mug na dan. Hierna lopen we in het donker met een headlight naar ons huisje. Toch een aparte beleving met alle geluiden die het regenwoud dan produceert. Maar onder het muskietennet slapen we als een roos. Tot een uur of 5:00 want om 6:00 uur staat er een ochtendwandeling gepland. Rond die tijd zijn de howlermonkeys actief, en die maken een hoop lawaai. Zowaar spotten we die ook nog, één mannetje en een groep vrouwen en kinderen. Alleen de grootte van de aap valt een beetje tegen, aan het geluid te oordelen verwacht je minimaal een King-Kong formaat.

Senong vertelt over een spidermonkey zonder moeder die de organisatie heeft opgevoed. Maar de aap werd te huiselijk en wilde niet meer buiten slapen. Nadat zij een paar keer het dak van het hoofdgebouw had stukgemaakt, hebben ze haar uitgezet op een nabijgelegen eilandje. Als we in een kano zitten om een ander meer te verkennen, zien we het aapje op de kant staan. Hilariteit alom want hoewel Senong naarstig probeert weg te komen, neemt de aap een aanloop en springt via het water aan boord. Eerst hangt de kleddernatte aap bij Jack om zijn nek, om vervolgens haar lange armen om Birgit te slaan en niet meer los te laten.

Staat best goed. Van Bolivia

Dus moeten we met zijn tweeën de kant op om onze nieuwe aanwinst los te wurmen en in de jungle achter te laten. Dat loswurmen is trouwens best lastig met vier handen en een staart.

De 60-jarige eigenaresse van onze touroperator Madidi Travel, Rose Maria Ruiz, is ook mee. Zij loopt een beetje mank door een aanval van een krokodil vier jaar geleden voor het hoofdgebouw. Rose Maria is een niet geheel onomstreden vrouw. Zij heeft zich jarenlang hardgemaakt voor het Madidi National Park, maar later heeft de overheid volgens haar zeggen haar huis en lodges platgebrand. Hoe dan ook, het is een kordate tante die zich nu inzet in het park Serere. We krijgen veel informatie over de medicinale werking van planten en bomen en zien Cappucino monkeys en vleermuizen in een boomholte.

Vleermuizen. Van Bolivia

En dan is het de volgende dag weer tijd om terug te gaan. Verrassing is dat we nu stroomopwaarts moeten en de reis geen vier maar zes uur duurt. Normaal gesproken zou dit korter zijn door gebruik van een krachtigere motor. Maar er is geen brandstof te krijgen in Rurre, dus moeten we het met de grasmaaier doen. Het is al donker als we terugkomen en dus gaan we snel naar het hotel waar ook de auto nog veilig staat geparkeerd. Het is zondagavond en dat schijnt in Rurre dé stapavond te zijn. Met twee jonge vrijwilligers van Madidi travel, Sean uit Australië en Jake uit Engeland, drinken we nog wat tot een uur of 1:00. Zo wild is het nachtleven in Rurre.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten