dinsdag 4 mei 2010

28-4 - 3-5; lost in the Boliviaanse blizzard en de bizarste rit van ons leven

28-4. We lopen 's ochtends in Purmamarca eerst nog even langs een paar stalletjes met lokale handgemaakte producten. Birgit koopt een poncho-achtige trui, in de wetenschap dat het in Bolivia 's nachts behoorlijk kan vriezen. Het is nog maar 150 km naar Bolivia, dus we rijden rustig naar de grens. Onderweg stoppen we een paar keer om foto's te maken van de speels gekleurde bergwanden, alsof iemand er een kwast heeft langs gehaald.

Van Argentinië II

Daarnaast stoppen we ook maar weer drie keer voor een politiecontrole. Onvoorstelbaar hoeveel controleposten er zijn langs de weg, we zijn nog nooit zo vaak staande gehouden door agenten. Inmiddels zijn we behoorlijk ervaren in het tonen van de papieren en uitleggen wat we als Nederlanders in een Chileense auto in Argentinië doen.

We gaan de grens over bij Villazón. Eerst onze paspoorten en autopapieren laten stempelen bij de Argentijnen. En dan de brug over rijden en naar binnen bij de Boliviaanse douanedummies. We worden meteen al geconfronteerd met het verschil aan de overkant. Het douanekantoor is een armzalig krot met aan de ene wand een foto van president Evo Morales en aan de andere wand een foto van een Kawasaki ZZR met behoorlijk uitdagende blonde dame. Een typisch Boliviaans tafereeltje dus. Er zijn drie 'balies' met de nummers 1, 2 en 3 erboven. Balie 1 is voor 'salida Bolivia' dus die moeten we niet hebben. Bij balie 2 moet je zijn om Bolivia binnen te komen, dus daar sluiten we netjes aan. Als we bijna aan de beurt zijn, blijkt dat we eerst naar balie 3 moeten om een visumpapiertje in te vullen. En daar sta je met je logica. Maar de papierhandel gaat hierna behoorlijk soepel en van enige controle van auto of bagage is geen sprake. Snel weg dus, de volgende stop is het plaatsje Tupiza, 90 km verderop.

Als we het dorp uitrijden volgen we bij gebrek aan verkeersborden maar gewoon de weg. We komen nog langs een pinautomaat, tenminste dat denken we, maar gaan ervan uit dat die in Tupiza ook wel is. Dat blijkt later een verkeerde aanname. De weg bestaat uit grote stukken stoffige ripio, aan elkaar verbonden door hier en daar een stukje asfalt. Het verschil met Argentinië is groot, uit alles blijkt dat Bolivia veel armer is. Zo hebben ze ook bespaard op de verkeersborden, die komen we niet tegen. Hoewel, als we een klein dorpje inrijden heeft iemand een bord opgehangen aan een huis. Duidelijk een kwestie van kwaliteit boven kwantiteit want de afstanden staan tot in 3 cijfers achter de komma vermeld. En dat is wel heel precies.

Van Bolivia

Op internet hebben we in andere blogs gelezen dat asfalt in Bolivia met een lantaarntje te zoeken is. En dat wegenkaarten meestal onbetrouwbaar zijn. Toch komen we vlak voor de avond aan in Tupiza. Het dorp ademt de sfeer uit van een derdewereldland en dat zijn we nog niet eerder tegengekomen op onze reis. Voordeel is dat de prijzen navenant zijn. We pakken een duur hotel van 200 Bolivianos (ca. € 22,-) en raken daar aan de praat met een stel motorrijders die een trip van 8 weken maken. Als ze horen dat Jack ook motor rijdt, geeft een Duitser die de reisleider lijkt te zijn ons een folder en een DVD van hun organisatie: www.globebusters.com. Misschien iets voor volgend jaar.

29-4. De weg in Bolivia schijnt behoorlijk slecht te zijn, en hierdoor de gemiddelde snelheid laag, dus voor de verandering staan we een keer vroeg op. Daarbij enigszins geholpen door de klok, die een uur terug moet ten opzichte van Argentinië. Zowaar valt ons eerste ontbijt in dit land niet tegen, er is zelfs scrambled egg in plaats van alleen maar jam en dulce de leche. Na het ontbijt kopen we snel eten en drinken, onderweg is vrijwel niets te koop.

Alles gaat voorspoedig en als we uitchecken raken we nog even aan de praat met de hotelreceptionist. Die meldt fijntjes dat onze geplande trip zo'n 1.000 km telt en geen enkel tankstation. Verrassing dus, aangezien wij niet verder komen dan 600 km op één tank. Alle 4x4's die we buiten zien hebben inderdaad twee kunststof 50 litertanks op hun dak staan, dus het verhaal zal wel kloppen. We moeten dus eerst op zoek naar twee grote kunststof tanks.

We vinden op de markt na wat rondlopen één grote van 50l en twee kleinere van 20l. Dus snel naar het tankstation, even buiten het dorp. Daar blijkt het octaangehalte van de benzine te laag voor onze motor. We moeten eerst in het dorp een paar flesjes 'octane booster' scoren. Het gaat lekker met de tijd. Als we die uiteindelijk hebben en alle tanks gevuld hebben, ruiken we tijdens het rijden een niet te missen benzinegeur. De twee kleinere tanks lekken, dus we moeten weer terug. Na nog meer zoeken vinden we in een winkeltje twee kunststof tanks waar chemisch afval in heeft gezeten. Tenminste zo ruikt het. Terug naar het tankstation, tanks omspoelen met benzine, overgooien en off we go.

Inmiddels is het al 13:00 en lopen we sterk achter. En inlopen is er niet bij, de 'weg' die we volgen is de ergste tot nog toe. Vol met gaten, stenen en slingerend omhoog langs afgronden zonder enkele aanduiding of bescherming. Het grootste gedeelte is ook maar één auto breed, een tegenligger is een avontuur op zich. Ander detail is dat borden in wat voor vorm dan ook volledig ontbreken. En dat is best lastig kiezen als de weg zich splitst en niet op één van de twee, elkaar toch al tegensprekende, landkaarten staat.

Van Bolivia

We hebben het geluk dat op enkele cruciale punten we de weg kunnen vragen aan medeweggebruikers. Maar de gemiddelde snelheid is om te janken, na 5 uur rijden zijn we 150km opgeschoten, gemiddeld dus 30km/uur. Het wordt al donker als we de wereldstad San Pablo binnenrijden. Een paar huisjes van klei, maar we worden zowaar doorverwezen naar een heus 'hotel' bovenaan het dorp. Leuk, maar dat is dicht wegens verbouwing. Gelukkig weet een vriendelijk meisje ons naar een 'hospedaje' te brengen. Een ouder echtpaar heeft in hun kleien-huisje een kamer met drie bedden en een spaarlamp. Stromend water zijn ze nog voor aan het sparen en verwarming is er ook niet. Met een kamerprijs van 30 Bolivianos (€3,25) per nacht zal dat nog wel even duren. Maar, de keuze is niet groot dus trekken we onze slaapzakken maar uit de auto. Eén voordeel, we gaan vanavond vroeg naar bed. High van de hoogte en de benzinedamp.


30-4. De afgelopen nacht was geen topper qua slapen. Hoogteziekte kan zorgen voor hoofdpijn, hartversnelling en slapeloosheid. Wij kunnen bij deze bevestigen dat dit klopt. Uiteindelijk staan we dus maar om 6:15 op en zitten we om 7:00 uur in de auto. Het regent licht en het is somber weer.

Van Bolivia

Na een uur rijden gaat het licht sneeuwen. We rijden dan nog steeds omhoog en betreden een witte wereld met een temperatuur van rond het vriespunt. Het pad is steeds slechter te zien en we komen een aantal splitsingen tegen zonder bordjes. We kiezen maar steeds voor 'de meest logische kant', ook al is dat vaak behoorlijk arbitrair. Zo kiest Jack liever voor rechts omdat hij daar statistisch gezien meer geluk mee heeft gehad in zijn leven. Tja...

Van Bolivia

Naarmate we hoger komen neemt de sneeuw toe en het zicht af. We zijn dan inmiddels vier uur aan het rijden en hebben geen flauw benul van waar we zijn. De kaarten zijn volledig waardeloos en GPS hebben we niet. Bovendien was GPS toch waardeloos geweest zonder goede kaart. Er zijn twee opties: teruggaan en daarmee benzine tekort komen of doorgaan. Omdat we er vanuit gaan dat een pad altijd ergens naar toe leidt, hobbelen en glijden we maar door. Wel met de vierwielaandrijving aan, zonder is niet te doen.

De Toyota heeft het zwaar, we letten al niet eens meer op de schurende geluiden als we met de bodemplaat stenen raken. Iets meer grondspeling was wel lekker geweest, we snappen nu het verschil met een échte terreinauto. Na zes uur rijden en alleen maar lama's te hebben gezien, zien we in de verte een eerste teken van leven. Het is inmiddels na 13:00 uur als we bij een huisje met een slagboom aankomen. De jongen die er binnen zit is blij ons te zien, we zijn zijn enige klanten van vandaag. Het is de toegang tot het park Reserva Nacional de Andina Eduardo Avaroa en nog maar een paar kilometer van Quetena Chico af, precies ons reisdoel van vandaag.

Toch wel enigszins opgelucht, als we teveel verkeerd rijden komen we immers benzine tekort, gaan we daar op zoek naar een slaapplek. De enige luxe die er in het dorp te vinden is, is agua caliente oftewel een warme douche. Warm is hier een relatief begrip komen we al snel achter als we voor het eerst deze dag onder de douche staan. En dat is best afzien met een buitentemperatuur van -1 graad en binnen geen verwarming. Ongetwijfeld zal Koninginnedag in NL warmer zijn geweest. Maar niet spannender.

Van Bolivia

1-5. Ook nu zijn we weer vroeg uit de veren, mede dankzij een attente haan. We laten de douche voor wat die is, warm was ie toch niet en omdat de electradraadjes in de douchekop contact maakten waren we blij dat we op rubber slippers stonden. Bovendien hebben we als eerste stop een hot spring gepland, 84km verderop.

Als we wegrijden is het redelijk weer, maar wel fris met 2 graden. Bij de thermas sneeuwt het weer. Het voelt toch enigszins vreemd om je dan in de openlucht uit te kleden en het water in te gaan. Maar het water is behoorlijk warm en het is een aparte ervaring om terwijl het sneeuwt in een natuurlijk openlucht bad te liggen.

Van Bolivia

Als we eruit gaan hebben we het helemaal niet koud meer, we kleden ons rustig aan bij de auto en gaan verder richting Laguna Verde. Het blijft ligt sneeuwen maar de weg is een stuk beter berijdbaar dan gisteren. Het zijn weer spectaculaire plaatsjes die we onderweg zien. We komen ook meer jeeps tegen, gisteren was kennelijk een te slechte dag om te rijden. Om 13:00 uur komen we bij Laguna Verde aan.

Van Bolivia

Het meer heet zo omdat het groen is, van arsenicum zegt de Footprint. We missen de zon die het water nog meer turquoise laat zijn. Er is één plek om te slapen, zonder verwarming en stromend water. Erg uitnodigend is het niet, maar we gokken op meer zon morgenochtend en zullen daarna al vroeg naar geisers rijden bij Sol de Mañana. En tja, wat doe je zo'n middag in de middle of nowhere in de vrieskou. We gooien 60 liter benzine over van de jerrycans in de tank, we maken een hotdog in een keuken waar de keuringsdienst van waren zijn vingers bij af zou likken en we werken het blog bij totdat de batterij van de netbook leeg is.

In de keuken ontmoeten we drie gestrande backpackers. Kevin uit Antwerpen en Felipe en Benjamin uit Parijs. Alle drie hebben ze afgelopen nacht tot 7:00 uur gefeest in de Atacama woestijn in Chili. De bus ging door het slechte weer niet verder dan Laguna Verde en heeft ze hier afgezet. We geven ze wat bier en eten en Kevin vraagt of we nog zin hebben in een feestje. Hij heeft 's middags kennelijk vrienden gemaakt met mensen in een huis iets verderop. Zin in een feestje hebben wij altijd, dus pakken we een fles rosé en een LED-lampje en we gaan op pad.

De situatie is als volgt: de plek waar wij slapen is in een vallei ingesloten door bergen en recht tegenover het parkhuisje met een slagboom. Hemelsbreed anderhalve kilometer hiervandaan heeft onze Belgische vriend afgesproken in een vergelijkbaar gebouwtje. Verder is er niets in de vallei.

Als we weglopen met zijn vijven, sneeuwt en vriest het 10 graden. We hebben een straffe wind tegen en het is pikdonker. We lopen in de richting van 'het feest', ook al is er wat discussie over de juiste richting. Iets meer naar links, iets meer naar rechts, maar drie kwartier verder zien we nog steeds niets. Benjamin heeft last van hoogteziekte en blijft steeds achter. Terecht merkt hij op, dat het beter is om terug te gaan. Als ze het licht uitdoen in ons gebouw, zijn we behoorlijk lost. We lopen nog een paar minuten verder, maar besluiten dan om te keren. Benjamin blijkt een aardig voorgevoel te hebben, het licht op ons vertrekpunt is inmiddels uit. Het weer werkt ook niet mee, het is steeds harder gaan waaien en sneeuwen. Tijdens het lopen zijn we op zoek naar referentiepunten, maar dat is niet te doen in het donker en een sneeuwstorm. We kunnen elkaar amper verstaan, alleen door de LED-lampen af en toe te gebruiken weten we van elkaar waar we zijn. De sneeuwlaag waar we door lopen wordt steeds dikker en het is niet moeilijk voor te stellen dat je het in deze temperatuur geen uren volhoudt. Na ruim een halfuur zien we plotseling in de verte het licht aangaan in het parkhuisje. Iedereen is behoorlijk opgelucht, nu weten we waar we heen moeten lopen. De Fransen zijn zo blij dat ze spontaan hun fototoestel pakken.

Van Bolivia

Maar na een fotosessie van 5 minuten is het licht weer uit als we ons omdraaien en zijn we weer onze referentie kwijt. We besluiten tot een nieuwe strategie. Om een groter 'raakvlak' te bestrijken, lopen we in een rechte lijn naast elkaar met zoveel tussenliggende afstand dat we elkaar nog net kunnen horen en/of zien. Dat blijkt een slimme actie, uiteindelijk doemen de contouren van het parkhuis links van ons op. Eenmaal binnen duiken we met doorweekte broeken de keuken in en vieren de goede afloop met een pot thee. Ook feest, maar anders dan we gedacht hadden.

2-5. Als we 's ochtends vroeg wakker worden waait het nog steeds hard, maar de sneeuw is opgehouden en in het dal zelfs bijna weg. Onze nieuwe vrienden slapen nog en wij besluiten snel in te stappen en naar San Juan te gaan, een rit van een kleine 400 km. We stoppen nog even bij Laguna Verde, maar door de harde wind is het niet zo groen als op de plaatjes. De weg leidt omhoog door de Desierto de Dali, een bizarre maanachtige omgeving die inderdaad sterk lijkt op zijn schilderijen. Het wordt nog bizarder als de stuifsneeuw over het pad waait en het lijkt alsof we op stikstof rijden. We rijden nu echt op het dak van de wereld of een andere planeet.

Van Bolivia

Na anderhalf uur rijden komen we bij Sol de Mañana, een vulkanische plek met geisers en blubbende, naar zwavel riekende modderpoelen. De sneeuw is hier bepaald niet weg en we zijn de enigen die hier rijden. We schieten een paar plaatjes en rijden verder naar onze bestemming, die nog heel wat uren rijden is.

Van Bolivia

Maar dan gaat het mis. We rijden een heuvel op, maar de sneeuw wordt steeds dikker en de Toyota graaft zichzelf vast. We kunnen niet meer voor- of achteruit. Buiten houdt de wind onverminderd aan en de meter in de auto geeft -7 aan. We proberen de sneeuw voor de wielen weg te scheppen met een snijplank en een afwasteiltje. Maar na vijf minuten slaan onze vingers blauw uit en de sneeuwlaag is te dik. We proberen het met de rubbermatten voor de wielen en stenen, maar vast is vast denkt de auto. Na een uur wachten zien we in de verte twee Landcruisers aankomen. Jack loopt ze vast tegemoet voor het geval ze een andere route nemen dan wij en ons missen. Maar dat is niet het geval. De gidsen hebben een schep en graven ons zoveel mogelijk uit. Met behulp van alle passagiers en na drie keer proberen komen we eindelijk los. Jaloers kijken we naar de tractorbanden onder de Landcruisers. Naast de grondspeling is dat dus de andere asset.

Van Bolivia

Onze hulpverleners zijn op weg naar Laguna Colorada, en dat ligt ook op onze route. We vervolgen onze weg dus in het spoor van de Landcruisers, een beetje hulp in de buurt is nooit weg. Naarmate de weg vordert neemt de sneeuw af en wanen we ons veilig.

Van Bolivia

Bij Laguna Colorada, een groot meer met een spectaculaire terra-rode kleur en Flamingo's, nemen we daarom afscheid. Zij gaan direct naar Uyuni en dat hebben wij pas voor morgen gepland. Zij gaan rechts, wij links langs het meer en we zijn weer alleen. Op de route ligt de Arbol de Piedra, een uitgeslepen rotsformatie in de vorm van een boom.

Van Bolivia

Hierna zien we opeens weer .... sneeuw. Met de vorige ervaring nog levendig voor de geest, proberen we zoveel mogelijk van het pad te blijven. Het pad is namelijk dieper dan ernaast en hier hoopt de sneeuw zich op.

Van Bolivia

De omgeving is adembenemend mooi en zo ploeteren we voort over uitgestrekte vlakten, krampachtig proberend niet weer vast komend te zitten. Maar gelukkig gaat het goed en zo bereiken we om 16:00 uur, na 9 uur rijden, eindelijk iets dat op een weg lijkt. We slaan linksaf en bereiken na 50km de grens met Chili. Dat is een verrassing. In het douanekantoor vragen we de weg naar San Juan. We moeten het spoor over en de rails 50km blijven volgen tot een gecamoufleerde bunker van het leger. Dat is de 'oude' weg naar San Juan. Daar moeten we de weg maar vragen. En je hebt absoluut een 4x4 nodig, verzekert de kerel.

Van Bolivia

Als we het spoor oversteken is er geen weg, hoogstens een paar sporen. De kaarten die we hebben geven deze route ook niet aan. We vinden het geen goed plan om 50km met maximaal 30km/uur te rijden en dan mis te zitten. Het wordt immers al snel donker. We keren daarom om en volgen de kaart, tenminste dat denken we. Na 50km terug te zijn gereden over dezelfde weg, vragen we het nog maar een keer aan een wegwerker in een auto. Die zegt dat we op de verkeerde weg zitten en dat deze weg ook niet op de kaart staat. Het beste is zegt hij, terug naar de grens met Chili en daar ... het spoor oversteken. Godverdomme, weer 50km terug voor de derde keer over dezelfde weg. Maar goed, wat zijn de opties met de eerstvolgende plaats 100km verder en geen brandstof meer om daarvandaan verder te gaan?

Als we voor de tweede keer het spoor oversteken is het 18:00 uur en begint het te schemeren. Al snel lijkt het alsof we in dikke stroop rijden. De sporen zijn amper te zien en de vierwielaandrijving heeft het merkbaar moeilijk. Af en toe rijden we vol gas terwijl we steeds langzamer gaan, maar telkens kunnen we ons er net uitrijden. De blubber zit overal en de ruitenwissers staan continu aan. We hebben eigenlijk twee problemen. Vast komen te zitten in een Boliviaans terrein waar nooit iemand komt en/of teveel verkeerd rijden waardoor we geen benzine meer hebben. Hoe dan ook, in overnachten in de auto met nog twee oude witte bolletjes in de koelbox hebben we allebei geen zin. Toch blijven we met veel sturen rijden en komen we zelfs na een uur ergens een bordje en een duidelijk pad tegen. Met groot licht (anders zie je echt geen reet) en navigerend op de sterren (als je niets ziet kun je voor hetzelfde geld in rondjes rijden) komen we toch aan in San Juan. Het is dan 21:00 uur en in het dorp lijkt het wel of de avondklok in is gegaan zo donker is het.

In een 'winkel', een voorkamer waar wat koek en cola te koop is, vragen we naar een plek om te slapen. Die is er en vier huizen verder nemen we een kamer in een hostal. We zijn nog net op tijd om onze twee witte bolletjes naar binnen te schuiven met licht aan, om 22:00 uur wordt de elektriciteit afgesloten. Fijn, het is mooi geweest voor vandaag, we hebben genoeg avontuur gehad.

3-5. Onze volgende bestemming is Salar de Uyuni, met 12.000 km² de grootste zoutvlakte ter wereld. Maar onze benzine is ontoereikend om de hele rit naar de Salar en het dorp Uyuni, waar we kunnen tanken, te maken. Waren we gisteren niet drie keer verkeerd gereden dan was het een ander verhaal geweest. Na wat navragen blijkt er in San Juan illegaal benzine te koop. Wel duur, 5 Bolivianos ofwel omgerekend 55 Eurocent per liter. In een schuur van een inwoner staan vaten met benzine en de beste man hevelt met zijn mond een een slangetje 20 liter in een tank voor ons.

De rit naar de Salar gaat voorspoedig. Wel hebben we inmiddels geleerd de weg te vragen waar mogelijk en niet van een kaart of logica uit te gaan. De Salar zelf is immens groot. Er zijn maar een paar plekken waar het mogelijk is erop te komen, aan de randen kun je er namelijk makkelijk door de zoutkorst heen zakken. Ons plan is om de Salar op te rijden, dan naar het midden waar Isla del Pescado is, en daarvandaan naar Uyuni in het oosten. Maar eerst moeten we dus de vlakte op.

Van een tegemoetkomende bestuurder vernemen we dat we net langs de oprit zijn gereden. We kunnen achter hem aanrijden, dan wijst hij ons het wel. Vanaf daar moeten we vijf minuten rijden en dan is er een 'weg' naar Isla del Pescado. Maar na vijf minuten rijden zien we wel meer sporen die je met veel fantasie als weg zou kunnen bestempelen. Het wordt afgeraden op de Salar te rijden zonder kompas of GPS, verdwalen is bijzonder eenvoudig. Hoewel we door het zeilen wel op kompas en kaart kunnen navigeren, hebben we beide niet in onze uitrusting. We hebben ons geluk al veel op de proef gesteld de laatste dagen, dus we besluiten te wachten tot we een jeep zien die in de juiste richting rijdt.

En zowaar, na een halfuur zien we een klein stipje over de vlakte richting het midden schieten. Vol gas gaan we erachter aan, en dat is wel nodig ook. Op zoutvlaktes worden snelheidsrecords gevestigd omdat het zo vlak is. We hebben moeite de jeep in te halen, maar de zes cilinders doen hun best en het lukt ons naastzij te komen. Wat daarbij ook helpt is dat de jeep met inzittenden inmiddels stil is gaan staan om foto's te maken. Het is een aparte ervaring om zo hard over een vlakte te rijden met alleen maar luchtspiegelingen om je heen.

Van Bolivia

De gids van de jeep is zeer behulpzaam, maakt wat foto's van ons en wijst ons de weg naar Isla del Pescado: gewoon over het midden richting de vulkaan. Nu we een ijkpunt hebben kunnen we los en we vliegen over het zout. Bij Isla del Pescado maken we een wandeling met ronduit uitzicht over de Salar. Het is een onwerkelijk gezicht om zover als je kan kijken alleen maar een witte, egale en doodstille vlakte te zien. De witte vlakte geeft een vertekend beeld qua diepte, dus is het bekend dat je er makkelijk trucagefoto's kan maken.

Van Bolivia

Nu nog de weg van Isla del Pescado naar Uyuni weten te vinden. Maar ook nu weer is er een behulpzame gids met een Landcruiser en twee Chinese toeristen die ook die kant op moet. We kunnen hem volgen en dat doen we dan ook maar. Beter, want er zijn vanaf die afstand geen ijkpunten te zien. Om een idee te geven van de grootte, het stuk naar Uyuni rijden we in een klein uur met zo'n 90 km/uur gemiddeld.

Van Bolivia

In Uyuni krijgen we nog een paar zoutkristallen van de Chinezen en dan zoeken we snel een luxe hotel op in het centrum van Uyuni. Na vier nachten kou, geen warm of stromend water en aangewezen te zijn geweest op je eigen eten en drinken is Uyuni the place to be. De auto ziet er niet meer uit door een combinatie van donkerbruine modder en witte zoutplakkaten buiten en een dikke laag stof binnen dus Jack laat op een achteraf terreintje nog de auto wassen door twee jongetjes. We genieten op een terrasje van een liter bier en 's avonds van kip met patat. Wat kan het leven toch goed zijn.

1 opmerking:

  1. wow, wat een avontuur, en wat zal Nederland weer saai zijn.
    Nog een geweldige reis en tot het volgende verslag.

    Ottoline en Frans

    BeantwoordenVerwijderen