Het is zover, de kop is eraf. Na een prima vlucht, mede dankzij de Chinese slaappillen van Mark (aanrader), werden we op het vliegveld opgehaald door Edgar. Beetje wennen om met je bergschoenen, spijkerbroek en fleece jack naar buiten te lopen en 30 graden en strak blauwe lucht voor je kiezen te krijgen. Maar de overgang van rond het vriespunt in NL naar de aangenamere omstandigheden in Santiago kwam niet helemaal als verrassing.
De eerste dag besteden we hoofdzakelijk aan.... niks. Eerst acclimatiseren en ons prima appartement in de wijk Las Condes betrekken.
Vanaf dag twee laat Edgar ons de stad zien en neemt hij ons op sleeptouw naar autodealers. De criteria zijn simpel: een 4x4 aandrijving, dieselmotor en groot genoeg voor Jack en de bagage. Bovendien is de restwaarde een aandachtspunt, we willen na een halfjaar immers ook nog wat voor de auto terugkrijgen.
Na veel desk research op internet en drie dagen field research bij dealers is het duidelijk. Diesels zijn schaars. Daarnaast zijn er zijn twee categorieën. De eerste met auto's van > 5 jaar oud en > 100.000 km op de teller. Niet al te duur, maar probleem hiermee is de hoge km-stand en de lagere restwaarde met nog eens 20.000 km meer op de teller. De andere categorie betreft jonge auto's met weinig km's. Hogere investering maar ook betere inruil en meer luxe. We kiezen dus voor de meest voor de hand liggende optie: een Toyota 4Runner 4WD uit 2008 met 58.000 km, 4.0 liter motor V6 automaat met 250 PK. Sommige mensen zouden het een patserbak noemen. De verkoper zegt dat we na een halfjaar er nog dezelfde prijs voor kunnen terugkrijgen als we hem zelf verkopen. Als hij hem terugkoopt betaalt hij er ongeveer 1 miljoen Pesos (circa € 1.350) minder voor, wat nog steeds een prima afschrijving is.
Hij adviseert ons tevens direct een slot om het reservewiel te monteren. Die zijn nogal gewild. Als hij hoort dat we naar Bolivia en Peru gaan met de auto gaat hij lachen. Hij denkt dat de auto daar binnen 10 minuten gestolen is. Daarnaast schijnen de Chilenen niet zo lekker te liggen in deze landen. Heeft iets te maken met een strook zee die Chili ten onrechte claimt en de lucratieve mijngebieden die ze zich hebben toegeëigend ten koste van de andere landen. Met deze opbeurende woorden, en het voornemen snel twee stickers te kopen met de tekst "I love Peru" en "I love Bolivia", verlaten we opgewekt de showroom. Vrijdag kunnen we de auto halen.
De eerste dagen gaan we uit eten met Edgar en zijn vrouw Paz naar zeer goede en trendy restaurants in Santiago. Woensdagavond speelt Jack met Edgar mee met een voetbalwedstrijd tegen Chilenen. Een stuk of 10 Nederlanders die in Santiago wonen en werken hebben een team geformeerd. Na de wedstrijd gaan we met zijn allen naar de kroeg. Ook Chileens bier smaakt prima.
Vrijdag gaan we naar de dealer en betalen we de auto. We krijgen hem meteen mee en de eerste stop is de shopping mall voor het kettingslot. Daarna gaan we direct op pad naar het zomerhuis van Edgar zijn schoonpa aan de kust. De Toyota rijdt als een Leopard III tank. Teveel gas bij het optrekken in een bocht geeft al snel een Efteling effect. Maar het zoeft over de weg en de luxe valt ook niet tegen. Na ong. 2 uur rijden komen we aan in Costa Cachagua. Coco zoals de vader van Paz heet is een bekende TV-kok in Chili. Zijn vakantiehuis ligt in een condominium, bewaakt door een slagboom en vier mannetjes. We krijgen een warm onthaal en zaterdag een voortreffelijke lunch met de hele familie. 's Avonds gaan we naar Zapallar, het Saint Tropez van Chili.
Zondag gaan we via de kustplaats Valparaiso weer naar Santiago. Een vriendin van Jack, Ellen, is ook in Chili op vakantie en met haar en een paar vrienden eten we in de wijk Bellavista.
Maandag, we zijn inmiddels een week verder, slaan we campingspullen in. Eén rondje door de outdoorshop en de Toyota lijkt ineens een stuk kleiner dan daarvoor. Omdat de autopapieren nog van de notaris moeten terugkomen en pas woensdag klaar zijn, kunnen we nog niet naar het zuiden vertrekken. Daarom gaan we dinsdag naar het stuk land van Edgar in de buurt van Santa Cruz. Hij verbouwt daar mais. We gaan daar o.m. wijngaarden bezoeken en komen woensdag dan weer terug in Santiago voor de autopapieren. Dan kan de grote reis beginnen.
Vanaf dag twee laat Edgar ons de stad zien en neemt hij ons op sleeptouw naar autodealers. De criteria zijn simpel: een 4x4 aandrijving, dieselmotor en groot genoeg voor Jack en de bagage. Bovendien is de restwaarde een aandachtspunt, we willen na een halfjaar immers ook nog wat voor de auto terugkrijgen.
Na veel desk research op internet en drie dagen field research bij dealers is het duidelijk. Diesels zijn schaars. Daarnaast zijn er zijn twee categorieën. De eerste met auto's van > 5 jaar oud en > 100.000 km op de teller. Niet al te duur, maar probleem hiermee is de hoge km-stand en de lagere restwaarde met nog eens 20.000 km meer op de teller. De andere categorie betreft jonge auto's met weinig km's. Hogere investering maar ook betere inruil en meer luxe. We kiezen dus voor de meest voor de hand liggende optie: een Toyota 4Runner 4WD uit 2008 met 58.000 km, 4.0 liter motor V6 automaat met 250 PK. Sommige mensen zouden het een patserbak noemen. De verkoper zegt dat we na een halfjaar er nog dezelfde prijs voor kunnen terugkrijgen als we hem zelf verkopen. Als hij hem terugkoopt betaalt hij er ongeveer 1 miljoen Pesos (circa € 1.350) minder voor, wat nog steeds een prima afschrijving is.
Hij adviseert ons tevens direct een slot om het reservewiel te monteren. Die zijn nogal gewild. Als hij hoort dat we naar Bolivia en Peru gaan met de auto gaat hij lachen. Hij denkt dat de auto daar binnen 10 minuten gestolen is. Daarnaast schijnen de Chilenen niet zo lekker te liggen in deze landen. Heeft iets te maken met een strook zee die Chili ten onrechte claimt en de lucratieve mijngebieden die ze zich hebben toegeëigend ten koste van de andere landen. Met deze opbeurende woorden, en het voornemen snel twee stickers te kopen met de tekst "I love Peru" en "I love Bolivia", verlaten we opgewekt de showroom. Vrijdag kunnen we de auto halen.
De eerste dagen gaan we uit eten met Edgar en zijn vrouw Paz naar zeer goede en trendy restaurants in Santiago. Woensdagavond speelt Jack met Edgar mee met een voetbalwedstrijd tegen Chilenen. Een stuk of 10 Nederlanders die in Santiago wonen en werken hebben een team geformeerd. Na de wedstrijd gaan we met zijn allen naar de kroeg. Ook Chileens bier smaakt prima.
Vrijdag gaan we naar de dealer en betalen we de auto. We krijgen hem meteen mee en de eerste stop is de shopping mall voor het kettingslot. Daarna gaan we direct op pad naar het zomerhuis van Edgar zijn schoonpa aan de kust. De Toyota rijdt als een Leopard III tank. Teveel gas bij het optrekken in een bocht geeft al snel een Efteling effect. Maar het zoeft over de weg en de luxe valt ook niet tegen. Na ong. 2 uur rijden komen we aan in Costa Cachagua. Coco zoals de vader van Paz heet is een bekende TV-kok in Chili. Zijn vakantiehuis ligt in een condominium, bewaakt door een slagboom en vier mannetjes. We krijgen een warm onthaal en zaterdag een voortreffelijke lunch met de hele familie. 's Avonds gaan we naar Zapallar, het Saint Tropez van Chili.
Zondag gaan we via de kustplaats Valparaiso weer naar Santiago. Een vriendin van Jack, Ellen, is ook in Chili op vakantie en met haar en een paar vrienden eten we in de wijk Bellavista.
Maandag, we zijn inmiddels een week verder, slaan we campingspullen in. Eén rondje door de outdoorshop en de Toyota lijkt ineens een stuk kleiner dan daarvoor. Omdat de autopapieren nog van de notaris moeten terugkomen en pas woensdag klaar zijn, kunnen we nog niet naar het zuiden vertrekken. Daarom gaan we dinsdag naar het stuk land van Edgar in de buurt van Santa Cruz. Hij verbouwt daar mais. We gaan daar o.m. wijngaarden bezoeken en komen woensdag dan weer terug in Santiago voor de autopapieren. Dan kan de grote reis beginnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten