| Van Chili I |
25-2. Genoeg Duitse invloeden en dus snel op pad naar Puerto Montt. In dit havenplaatsje nemen we Picoroco als lunch, de lokale specialiteit uit de zee.
| Van Chili I |
Het ziet eruit als buitenaards leven en zo smaakt het ook. Na de lunch pakken we de boot naar het eiland Chiloë, met zijn eigen cultuur binnen Chili.
In de vroege ochtend en - avond is de kans om pinguïns te spotten het grootst. Om welbekende redenen kiezen we voor de vroege avond en gaan direct door naar het strand. Daar brengt een bootje ons naar een paar rotseilandjes vlak voor de kust. Inderdaad zien we een hoop (poepende) pinguïns, zeeotters en een enkele zeeleeuw.
| Van Chili I |
Omdat het daarna al laat is, strijken we neer in een cabaña met schitterend uitzicht op zee.
26-2. Er gaan maar een paar boten per week naar het vaste land, dus we zoeken eerst naar een agentschap om tickets te reserveren. De boot van zondag zit al vol, maar we kunnen wel diezelfde nacht nog weg op een andere boot. Omdat we anders wel erg lang moeten blijven, besluiten we deze boot te nemen. Volgens de meisjes in het ticketoffice duurt de overtocht 5 uur. Om die reden kiezen we niet voor een slaaphut maar voor de stoelen.
Overdag gaan we het eiland over en bezoeken aan de oostkust een klein dorpje (weinig interessant, alleen een oude houten kerk uit de 18e eeuw) en aan de westkust 'the most dramatic beach on the Chilean cost' volgens de footprint. Door zeemist zag het er waarschijnlijk iets anders uit dan bij volle zon.
Om middernacht vertrekt de boot en een keer op tijd zijn wij op de pier. Iets voor 0:00 rijden we de boot op.
27-2. Pas om 1:00 uur vertrekt de boot naar Chaitén op het vaste land. De vijf uur blijken niet helemaal te kloppen, ruim 9 uur later kunnen we de boot weer af.
| Van Chili I |
Chaitén in de ochtend is een vreemde gewaarwording. Voor de uitbarsting van de vulkaan, waarvan men dacht dat die niet meer actief was, woonden er 4.500 mensen. Nu zijn dat er nog een stuk of 80. Het grootste gedeelte van de huizen ligt onder een dikke laag grijze as van zeker een meter en vormt een perfect decor voor de betere horror film.
| Van Chili I |
We eten toch een broodje in een 'restaurant' en volgen de Carretera Austral naar Futaleuvú. Daar aangekomen horen we het nieuws van de terremota die nacht. We checken onze mail en informeren ook naar Edgar en Ellen die het beiden blijken te hebben meegemaakt. Maar gelukkig met iedereen alles goed. We kiezen voor een camping aan de rivier en zetten onze tent weer op. Na het heftige nieuws over de aarbeving, die volledig aan ons voorbij is gegaan, weten we het zeker: we gaan ons geluk verder op de proef stellen. Rafting is the name of the game en na wat informeren in het dorp wil een lokale Chileen ons wel meenemen. Het is heel veilig verzekert hij ons, er zijn maar 7 mensen omgekomen in 12 jaar. De laatste wel nog dit jaar, maar dat was een zware kerel van 90 kg met een te klein reddingsvest. Zijn broek was vol met water gelopen en daardoor kwam hij niet meer boven. Een zekerheidje dus en we beloven de volgende morgen 10:00 uur op zijn stoep te staan.
28-2. Vroeg opstaan blijft een uitdaging en dus staan we 10 minuten later dan gepland bij het kantoor van het rafting bureau. De spullen zijn al op een kar geladen en ze hebben nog vier anderen gevonden die de Rio Futaleuvú willen bedwingen. Uiteindelijk blijkt hetraften wel mee te vallen, wel spectaculair en nat maar we kiepen niet om en niemand slaat overboord. En daar hoop je toch stiekem op met twee Fransen en een bange Israëliër aan boord.
| Van Chili I |
1-3. s Ochtends vertrekken we uit Futaleuvú en gaan weer verder op de Carretera Austral. Grind, grind en nog eens grind. We zijn blij met de Toyota die voorkomt dat onze vullingen eruit trillen. De juiste snelheid is belangrijk, te langzaam en je komt niet aan en te snel en je stuitert het pad af. De omgeving is schitterend en blijft na iedere bocht verbazen.
| Van Chili I |
Onderweg komen we maar weinig auto's maar wel een stuk of zes zwaar bepakte mountainbikers tegen. The real deal zeggen we tegen elkaar en vol respect en vriendelijk knikkend geven we iets gas bij zodat ze optimaal gebruik kunnen maken van een van de belangrijkste eigenschappen van de Carretera Austral: de 1,5 km lange stofwolk die ons continu achtervolgt. Die stofwolk is reuze irritant als je achter een auto zit, je ziet geen hand voor ogen meer. Het is dus inhalen of ingehaald worden en dat eerste kun je net zo goed met je ogen dicht doen. Na ruim zeven uur rijden komen we aan in Coyhaique, de laatste plek van enige betekenis op de weg naar beneden. Morgen gaan we tickets kopen om met de auto op de boot over Lago Carrera een stuk af te snijden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten